De Microsoft Fabric-update voor augustus 2026 is compact en gericht op de zaken die er echt toe doen: snellere prestaties, veiligere toegang en voorspelbaarder migreren. Het Data Warehouse krijgt GPU-versnelling voor snellere query's, data-agents moeten overstappen naar een nieuwe technische standaard, en migreren naar Fabric wordt eenvoudiger dankzij een controle vooraf. Ook OneLake wordt eenvoudiger te beveiligen. In deze nieuwsbrief lichten we de belangrijkste vernieuwingen toe in duidelijke taal. Meer informatie over hoe Microsoft Fabric jouw organisatie kan helpen? Bekijk onze Microsoft Fabric diensten.
Vanaf 1 december 2026 kunnen gebruikers zonder lees- en schrijfrechten op workspace-items geen gebruik meer maken van Git-integratie. Zij kunnen dan ook geen workspace meer implementeren of toewijzen aan een fase via een implementatiepijplijn. Dit kan ertoe leiden dat mensen de toegang tot bepaalde items verliezen, bijvoorbeeld door een gevoeligheidslabel of beveiligingsbeleid dat op die items is toegepast. Heb je in jouw organisatie Git-integratie of implementatiepijplijnen in gebruik? Controleer dan tijdig of de juiste personen over voldoende rechten beschikken, zodat niemand na 1 december voor verrassingen komt te staan.

Met de nieuwe 'resource instance rules' kunnenbeheerders gericht bepalen welke vertrouwde Azure-diensten (zoals Azure Databricks, Azure SQL of Azure Data Factory) toegang krijgen tot OneLake, zonder dat daarvoor een volledige privénetwerkverbinding nodig is. Dit maakt veilige koppelingen tussen systemen eenvoudiger op te zetten, zonder in te leveren op databeveiliging. Beheerders zetten dit aan bij de netwerkinstellingen van een werkruimte, onder 'Allow inbound trusted resources'.

OneLake-beveiliging voor SQL-analytics-eindpunten is verder verbeterd. Organisaties kunnen nu ook service principals gebruiken voor geautomatiseerde processen en pijplijnen, inclusief lakehouses die eigendom zijn van een service principal. Doordat beveiliging één keer centraal in OneLake wordt vastgelegd, hoeft dit niet langer apart per werkruimte of Fabric-onderdeel herhaald te worden. Dat scheelt beheerders veel dubbel werk en zorgt voor consistente toegangscontrole.

De Native Execution Engine, die Spark-query's onder de motorkap versneld uitvoert, is dit keer verder verbeterd met een nieuwe reeksoptimalisaties. Query's die hiervoor in aanmerking komen, draaien hier doorsneller en verbruiken minder rekenkracht, zonder dat je zelf iets hoeft te configureren. Wordt een bewerking (nog) niet ondersteund, dan valt de engine automatisch en onopgemerkt terug op de normale uitvoering, zodat je resultaat altijd klopt.

De OpenAI Assistants API, die nu nog de motor is achter de Fabric data agent, wordt op 26 augustus 2026 door OpenAI uitgezet. Vanaf die datum werken directe aanroepen via deze API niet meer. Praat je programmatisch met een Fabric data agent via de Assistants API? Dan moet je overstappen naar het nieuwe MCP-eindpunt (Model Context Protocol) van de data agent. Gebruik je de data agent via de Fabric-portal of een Microsoft SDK, dan hoef je zelf weinig of niets te doen: Microsoft migreert deze ervaringen automatisch, al kan het gesprekgeheugen daarbij eenmalig resetten. Je databronnen, instructies en tools blijven ongewijzigd. Werkt jouw organisatie met een eigen integratie op basis van de Assistants API? Zet dit dan tijdig door naar het MCP-eindpunt.

Fabric Data Warehouse ondersteunt nu Query Acceleration: complexe query's worden waar mogelijk automatisch versneld met GPU's in plaats van alleen processorkracht (CPU). Denk aan grote joins, filters en optellingen over veel data. Je hoeft hiervoor niets aan te passen: bestaande T-SQL, rapporten en applicaties blijven gewoon werken, alleen sneller. Beheerders schakelen de functie eenvoudig in via de werkruimte-instellingen.

IDENTITY-kolommen (voor automatisch gegenereerde unieke ID's) zijn al langer beschikbaar in Fabric Data Warehouse en worden inmiddels breed gebruikt. Nieuw is de ondersteuning voor IDENTITY_INSERT en het opnieuw instellen (reseed) van deze nummering. Hiermee kun je voortaan zelf specifieke ID-waarden invoegen, data in bulk migreren met COPY INTO, en de nummering veilig herstellen met DBCC CHECKIDENT. Dit was een veelgevraagde toevoeging, vooral voor organisaties die bestaande data met vaste ID's migreren naar Fabric.

Ondersteuning voor Workspace Identity bij het gebruik van COPY INTO is nu algemeen beschikbaar. Hiermee kun je data inladen in je warehouse zonder aparte inloggegevens te beheren: de werkruimte zelf fungeert als vertrouwde identiteit richting de bron. Dit maakt het inladen van data eenvoudiger op te zetten en beter te beveiligen.

Wil je een bestaande database migreren naar Fabric? Dan kun je een DACPAC-bestand nu vooraf laten controleren op compatibiliteit, zonder dat daarvoor al een database wordt aangemaakt of capaciteit wordt gebruikt. Je ziet direct welke onderdelen probleemloos overgaan, welke niet worden ondersteund en waarom, zodat je vooraf weet hoeveel werk een migratie vraagt en dit goed kunt inplannen.
Detecteer je afwijkingen (anomalieën) in je data? Dan hoef je niet langer eerst naar Real-Time Hub te navigeren om daar een melding (alert) in te stellen. Via de nieuwe knop 'Set alert' in het lint van Anomaly Detector open je het instelscherm voor meldingen direct, zonder de tool te verlaten. Is je configuratie nog niet gepubliceerd? Dan word je eerst door dat proces geleid en daarna automatisch doorgestuurd naar het instellen van de melding. Zo ga je sneller en met minder stappen van het opsporen van afwijkingen naar het daadwerkelijk bewaken ervan.

Heb je nog Power BI Dataflows Gen1 in gebruik? Met de nieuwe Dataflows Upgrade Wizard zet je deze met een paar stappen om naar Dataflow Gen2, inclusief CI/CD-ondersteuning. De wizard werkt de dataflow ter plekke bij: ID, naam, planning en koppelingen blijven behouden, waardoor rapporten en modellen die ervan afhankelijk zijn gewoon blijven werken. Je kunt in één keer een hele werkruimte upgraden, en de wizard laat vooraf zien welke dataflows aandacht nodig hebben en waarom. Zo profiteer je alsnog van de voordelen van Gen2, zoals betere prestaties, Git-ondersteuning en Copilot.
De augustus 2026 update van Microsoft Fabric draait om drie dingen: sneller (GPU-versnelling in het Data Warehouse en een snellere Spark-engine), veiliger (OneLake-beveiliging, Workspace Identity en de overstap naar MCP voor data agents) en voorspelbaarder migreren (DACPAC-controle vooraf). Kleine, praktische verbeteringen die samen het dagelijkse werken met Fabric makkelijker maken — met als belangrijkste actiepunt: controleer of jouw data agent-integraties op tijd overstappen naar het MCP-eindpunt voordat de Assistants API op 26 augustus stopt.
Deze website maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site.
Cookies zijn kleine tekstbestanden die door websites kunnen worden gebruikt om de gebruikerservaring efficiënter te maken. Volgens de wet mogen wij cookies op uw apparaat opslaan als ze strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van deze site. Voor alle andere soorten cookies hebben wij uw toestemming nodig. Deze site maakt gebruik van verschillende soorten cookies. Sommige cookies worden geplaatst door diensten van derden die op onze pagina’s worden weergegeven.