Medewerkers gebruiken Copilot steeds vaker, en dat roept een herkenbare vraag op: welke data mag een AI-assistent wel en niet gebruiken? Zonder duidelijke afspraken kan gevoelige informatie sneller in een prompt, een samenvatting of een webzoekopdracht terechtkomen dan je wilt.
In deze blog lees je hoe je met Microsoft Purview DLP en sensitivity labels grenzen stelt aan Copilot, en waar OneLake security in Microsoft Fabric daarbij past.
Met Microsoft Purview Data Loss Prevention (DLP) maak je beleid voor interacties met Microsoft 365 Copilot, Copilot Chat en Cowork. Dat beleid werkt op prompts, op bestanden en e-mails met een label, en op webzoekopdrachten.
Je stelt dit in via een aangepast DLP-beleid met de locatie Microsoft 365 Copilot and Copilot Chat. Aan die locatie hang je regels met een voorwaarde en een actie.
Je kunt sensitive information types (SITs) kiezen, zoals creditcardnummers of een eigen SIT, en daaraan de actie Performing Web Searches koppelen. Bevat een prompt zo'n gegeven, dan gebruikt Copilot het externe web niet als bron voor die vraag.
Copilot geeft nog wel antwoord, maar baseert zich dan op interne Microsoft 365-bronnen waar de gebruiker toegang toe heeft. Zo blijft de prompttekst bij een match binnen je eigen omgeving.
Met dezelfde voorwaarde kun je de actie Processing prompts gebruiken. Copilot geeft dan geen antwoord en gebruikt de prompt ook niet voor interne of externe zoekopdrachten.
Dit werkt alleen met standaard SITs van Microsoft en met eigen SITs. De gebruiker krijgt een melding dat de vraag niet kan worden uitgevoerd vanwege gevoelige informatie.
Met de voorwaarde Content contains > Sensitivity labels voorkom je dat Copilot bestanden en e-mails met een bepaald label gebruikt. Denk aan labels als Highly Confidential of Personal.
Zo'n item kan nog wel als citaat in het antwoord verschijnen, maar Copilot gebruikt de inhoud niet voor de samenvatting. Voor e-mail geldt dit voor berichten die op of na 1 januari 2025 zijn verzonden, en agenda-uitnodigingen worden niet ondersteund.
Een label werkt dus pas echt als je het consequent toepast. Een bestand zonder label valt buiten deze regel.
De DLP-documentatie gaat over Microsoft 365 Copilot, Copilot Chat en Cowork. Je data in Microsoft Fabric beveilig je met aanvullende maatregelen, zoals OneLake security.
Met OneLake security definieer je rollen die toegang geven tot specifieke tabellen of mappen, eventueel met beperkingen op rij- en kolomniveau. Die beveiliging geldt voor alle engines in Fabric.
Wil je de SQL analytics endpoint laten aansluiten op OneLake security, dan moet die in de modus User's identity staan. De sensitivity labels uit Purview kun je ook op Fabric-items toepassen, zodat je classificatie op één plek beheerd blijft.
Wijzigingen in een beleid kunnen tot vier uur duren voordat ze in Copilot zichtbaar zijn. Alerts, notificaties en simulatiemodus worden ondersteund, dus je kunt het effect eerst testen.
Een organisatie wil Copilot breed inzetten, maar geen klantgegevens naar externe zoekdiensten sturen. Met een SIT-regel en de actie Performing Web Searches blijft de webzoekfunctie uit zodra zo'n gegeven in een prompt staat.
Een bedrijf met de labels Highly Confidential en Personal wil dat Copilot daar niets uit samenvat. Een DLP-regel op die twee labels zorgt dat de inhoud niet in het antwoord terechtkomt.
Een organisatie maakt zich zorgen over prompt injection via inkomende e-mail. Met de voorwaarde Email is received from > External users sluit ze berichten van externe afzenders uit als bron voor Copilot.
Dit zijn de belangrijkste beperkingen en randvoorwaarden uit de documentatie van Microsoft. Controleer ze bij publicatie opnieuw, want functionaliteit en uitrol veranderen regelmatig.
Status: Deels preview. Het blokkeren van SITs in prompts en het uitsluiten van externe e-mail zijn volgens de documentatie in preview, terwijl webzoekopdrachten beperken en labels uitsluiten niet als preview worden aangemerkt. De status van OneLake security is in de gevonden bronnen niet eenduidig, dus controleer dit bij publicatie.
Bij het blokkeren van prompts geeft Copilot geen antwoord. Bij het blokkeren van webzoekopdrachten krijg je wel een antwoord, maar zonder externe webbronnen.
Nee, Copilot gebruikt de inhoud dan niet in het antwoord. Het item kan wel in de citaten verschijnen.
Nee, DLP controleert alleen de tekst die je zelf in de prompt typt. Geüploade bestanden worden niet gescand.
Een wijziging kan tot vier uur duren voordat die in Copilot zichtbaar is. Je kunt de simulatiemodus gebruiken om het effect vooraf te testen.
Copilot werkt in de beveiligingscontext van de gebruiker. Iemand moet dus eerst toegang hebben tot een item, en DLP kan dat item daarna alsnog uitsluiten van het antwoord.
Governance voor AI begint met duidelijke afspraken over je data, labels en toegangsrechten. Wil je sparren over de inrichting van Purview, Fabric en Copilot in jouw organisatie?
Neem gerust contact op via https://mountdata.nl, dan denken we vrijblijvend met je mee.
Deze website maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site.
Cookies zijn kleine tekstbestanden die door websites kunnen worden gebruikt om de gebruikerservaring efficiënter te maken. Volgens de wet mogen wij cookies op uw apparaat opslaan als ze strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van deze site. Voor alle andere soorten cookies hebben wij uw toestemming nodig. Deze site maakt gebruik van verschillende soorten cookies. Sommige cookies worden geplaatst door diensten van derden die op onze pagina’s worden weergegeven.